Spring naar inhoud

Markt & Oogst

Een stevig antwoord

Het pootgoedareaal in Nederland staat onder druk, terwijl de vraag naar gezond voedsel alleen maar toeneemt. Zeker buiten Europa. Met ons pootgoed, licentieteelt en toekomstige hybride zaden hebben we een stevig antwoord in handen. De roep om samenwerking in de hele keten is groter dan ooit. We zetten in op verantwoorde productie en ketensamenwerking, zodat we op een verantwoorde manier bijdragen aan voedselzekerheid.

De oogst

Het voorjaar was heel nat, dus werd er laat gepoot. Daardoor was de groeitijd beperkt. Gelukkig kwam de groei er goed in. De oogst was in 2024 goed, met veel meer kleinere maten knollen dan vorig jaar. 

Aardappeloogst

Een hoog percentage verkocht

Kleinere maten knollen betekenen een veel hogere verkoopprijs. En dat met genoeg vraag vanuit de markt. Na het moeilijke jaar 2023-2024 was er eigenlijk te weinig pootgoed. Daardoor was er een goede vervangingsvraag naar nieuw en vitaal pootgoed. In een goed jaar ligt de verkoop op 85%. Dit boekjaar komen we uit op maar liefst 97%. We leverden in 2024-2025 aan 93 landen. In 2023-2024 waren dat 95 landen. Het volume in verkoop en licentie was dit boekjaar meer dan 1 miljoen ton. In 2023 - 2024 was dat 940.963 ton. 

Een goede prijs voor onze telers

De hoge verkooppercentages van HZPC Holland B.V. betekenden voor onze telers een hoge uitbetalingsprijs. Die was voor de oogst van 2023 al hoog met € 53,20. Voor de oogst van 2024 komen we uit op € 62,32, nog eens 17% hoger dan vorig jaar. Dat zorgde voor een historisch hoge opbrengst van zo’n € 24.000 per hectare.

De uitbetalingsprijs is opnieuw uitzonderlijk hoog. Daar zijn onze telers natuurlijk heel tevreden over.

Pootgoedareaal blijft onder druk

We winnen weer wat areaal terug in Nederland. Daarmee komen we uit op 39.000 hectare. Telers die er eerder voor kozen om een deel van het pootgoedareaal in te vullen met fritesaardappelen, draaien dat besluit niet zomaar terug. Ze vinden de risicospreiding prettig. Bovendien blijven de contractprijzen van de industrie redelijk. De vraag naar fritesaardappelen blijft stijgen, ook omdat de verwerkingscapaciteit in Europa nog steeds stijgt.

Aardappelveld vanuit de lucht

Over grenzen kijken

Met een areaal dat in Nederland onder druk staat, kunnen we niet anders dan over de Nederlandse grenzen kijken. We breiden ons pootgoedareaal uit in Frankrijk, Duitsland, Polen, Finland, België en Denemarken om aan de vraag te kunnen blijven voldoen met pootgoed dat minstens zo goed is als pootgoed uit Nederland. 

Het imago van het Nederlandse pootgoed, en in het bijzonder het hoogwaardige basismateriaal, is en blijft ongekend goed

Van global naar local

Met het hoogwaardige basispootgoed uit Nederland zetten we samen met lokale partners pootgoedteelt op in onder meer Noord-Afrika en Saudi-Arabië. Daarnaast wordt met geleverde miniknollen ook pootgoed vermeerderd voor gebruik in eigen land en in de toekomst voor export naar omliggende landen. We brengen kennis mee over rassen én de pootgoedteelt van die rassen. Want hoogwaardig pootgoed telen blijft een vak apart. 

Invloed politieke klimaat

We zien dat meer landen zelfvoorzienend willen zijn, zeker nu de spanningen in de wereld toenemen. Een land als China zet juist haar deur weer open voor import na alle Covid-19 beperkingen. Daardoor hopen wij weer ons vitromateriaal van nieuwe rassen naar de grootste aardappelmarkt ter wereld te brengen. Wij zien daarnaast landen als Uruguay en Turkije strengere kwaliteitseisen stellen aan het geïmporteerde pootgoed. Daarnaast blijft compliance onze aandacht vragen. 

We moeten rekening houden met politieke ontwikkelingen. Of het nu om kwaliteit, geld, sancties of import gaat.

Een tweedeling in de wereld

Waar in de Westerse wereld de aardappelmarkt verzadigd is, zijn er in Azië, Afrika en Zuid-Amerika nog volop kansen. Als beschikbaarheid van land en water onder druk staat en de bevolking met rasse schreden groeit, valt de keuze eerder op de aardappel dan op rijst en graanproducten. Duurzame teelt, maar ook voedingswaarden zijn hierbij hele belangrijke argumenten. Daar kan Royal HZPC Group B.V. groeien én impact maken. Het liefst in samenwerking met strategische partners. 

Colomba oogst Senegal

Globaal groeien

Kunnen we geen pootgoed importeren, dan kiezen we voor licentieteelt. Dat doen we onder meer in Noord-Amerika, delen van Zuid-Amerika zoals Argentinië en Chili, Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, China en India. Daarnaast kunnen we groeien met onze hybride zaden. Daarmee kunnen we vooral in de eerste fase de kleinschalige telers in verschillende landen bereiken, die met pootgoed nu nog buiten ons bereik liggen. 

Potato Glory

Ons aandeel in de aardappelmarkt vergroten, dat is de belangrijkste uitdaging van Royal HZPC Group B.V. Maar hoe groei je in een verzadigde markt als Noord-Amerika? Via supermarkten bleek dat lastig. Daarom zochten we naar samenwerkingen in de foodservicemarkt en werken daar samen met bekende chefs. In workshops helpen zij ons om aan restaurants te laten zien hoe veelzijdig de aardappel is. Wanneer het aardappelras goed gewaardeerd wordt in restaurants, dan vraagt de consument ook of het ras in de supermarkt te koop is. En zo komen we weer in beeld in de retail. 

Potato Glory Culinary Council leden

Partner in Beeld – Dr. Namita Oza
Chief agriculture officer bij Iscon Balaji Foods (IBF)

Partner in Beeld - Namita Oza

Chief agriculture officer bij Iscon Balaji Foods (IBF)

India is in korte tijd uitgegroeid van importeur tot exporteur van frites. Hoe is dat zo snel gegaan?

“De omslag kwam toen we besloten zelf te gaan produceren in plaats van te importeren; in nog geen twintig jaar tijd zijn we in India van enkele duizenden tonnen import naar nul gegaan. India verwerkt nu ruim een miljoen ton fritesaardappelen per jaar. We verwachten dat die hoeveelheid volgend jaar verdubbelt, 60% daarvan is voor de export.

Wat is de rol van de provincie Gujarat in deze groei?

“Zonder Gujarat had India nooit zo kunnen groeien in de fritesmarkt. Hoewel Gujarat slechts 7% van de totale aardappelproductie voor z’n rekening neemt, komt ongeveer 90% van alle fritesaardappelen in India uit deze staat. De klimaatomstandigheden zijn heel geschikt. De boeren zijn vooruitstrevend en ondernemend en er ligt een goede infrastructuur.”

Zonder Gujarat had India nooit zo kunnen groeien in de fritesmarkt.

Welke factoren zijn nog meer van belang?

“De sterke samenwerking tussen de boeren en de fritesfabrikanten zijn belangrijke factoren. Wij contracteren onze boeren. Daardoor kunnen zij rekenen op een goede prijs en zekerheid. Ze beschikken over kwalitatief pootgoed, kunnen werken met moderne teelttechnieken en worden voortdurend ondersteund. En wij zijn verzekerd van een continue aanvoer van fritesaardappelen van constante kwaliteit.”

Zijn er ook uitdagingen? 

“We zijn voor de fritesaardappelen nu wel erg afhankelijk van Gujarat. Het is daarom belangrijk dat we naar andere geschikte regio’s kijken. Ook omdat we de gevolgen van klimaatverandering zien: temperaturen stijgen en het groeiseizoen wordt steeds korter in Gujarat. ”Daar hoort ook bij dat we de telers daar ondersteunen met kennis, infrastructuur en geschikte rassen In Gujarat wordt met name Santana geteeld, maar voor andere regio’s hebben we andere rassen nodig. 

Hoe kijk je naar de toekomst?

“De vraag naar gemaksvoedsel groeit de komende jaren en daarmee ook de vraag naar frites. Er liggen dus volop kansen in India. Wij zetten daarvoor in op nieuwe rassen, kijken naar geavanceerde teelttechnieken en breiden uit naar andere regio’s. We willen ook wereldwijd in de markt groeien.”

We lopen technologisch voorop en zijn diep verbonden met onze boeren.

Wat onderscheidt jullie van de rest?

“Onze kracht is dat we technologisch vooroplopen, ons inzetten voor duurzaamheid en tegelijkertijd diep verbonden zijn met de telers. We richten ons op zoveel mogelijk waarde creëren voor onze boeren. Inmiddels werken we in tien staten samen met 8.000 boeren. Ons team van 350 landbouwexperts staat dagelijks klaar om de boeren te helpen met technische ondersteuning, veldmonitoring en advies. We steken ook veel tijd in het trainen van onze boeren.”

Hoe helpt technologie jullie in dit proces? 

“Via een digitaal platform dat we samen met CropIN ontwikkelden, hebben onze boeren toegang tot allerlei informatie. Denk aan satellietmonitoring, weersvoorspelling, maar ook voorspellingen van ziekten en platen en realtime data-analyses. Dat helpt ons en de boeren om de risico’s te beperken en de opbrengst te optimaliseren."