Spring naar inhoud

Teelt & Productie

Toekomstbestendig telen en verbeteren

Met de productie van gezond pootgoed kunnen we een substantiële bijdrage leveren aan de wereldvoedselvoorziening. Ga maar na: het pootgoed dat je in de grond stopt is goed voor 25 tot 50 keer het volume aan consumptieaardappelen. Onze productie moet dus meer dan goed op orde zijn. Samen met onze telers kijken we naar toekomstbestendige maatregelen. Daarmee verkleinen we de impact op de omgeving, het milieu én verbeteren we de productie. Zo versterken we samen met onze telers de basis voor een duurzame voedselketen, waarbij we onze verantwoordelijkheid nemen om de ecologische impact te beperken en bij te dragen aan een stabiele voedselvoorziening voor toekomstige generaties.

Toekomstbestendige pootgoedteelt breidt uit

Telers leren het liefst van elkaars ervaringen. Dat is het uitgangspunt van de telersgroep Toekomstbestendige pootgoedteelt. Daarin onderzoeken 14 telers in de praktijk hoe toekomstbestendig telen eruit kan zien. Deze aanpak heeft impact en daarom is in juni 2025 een nieuwe telersgroep samengesteld in Noord-Nederland. Het succes hangt af van de groep en het onderlinge vertrouwen. Vanuit Royal HZPC Group B.V. begeleiden we de groep, geven we input en nodigen we deskundigen uit. 

In teeltseizoen 2024 hebben in Nederland circa 50 telers specifieke teeltmaatregelen genomen om virus te beheersen. Door deze telers is 93 hectare pootgoed met stro toegedekt, op 18 hectare is gerst als onderzaai gebruikt en 23 hectare is onder gaasdoek geteeld.

We willen meer telers bij elkaar brengen. De impact is het grootst als ze zelf aan de slag gaan, met elkaar discussiëren over hoe ze de teelt kunnen verbeteren en open zijn over hun ervaringen.

Bijeenkomst groep Toekomstbestendinge Pootgoedteelt bij fam. Pollema

Meer nodig dan resistente rassen

Hoe kun je de pootgoedteelt zo goed mogelijk inrichten, zodat je met minder middelengebruik nog steeds een goede opbrengst hebt? Dat is de vraag waarop Integrated Crop Management (ICM) een antwoord geeft. De genetische vooruitgang van rassen met mooie resistentiepakketten helpt zeker, maar er is meer nodig. We moeten werken aan verbetering van teeltmaatregelen om gewassen gezond te houden. Nog niet alle teeltmaatregelen zijn onderzocht en toegepast. Het gaat erom dat je resistente rassen op het juiste moment en op de juiste plek inzet om een goede prestatie neer te zetten. Zonder de juiste teeltmaatregelen is de kans dat een resistentie doorbroken wordt groot en dan loop je weer achter de feiten aan.

Oplossingen zijn een combinatie van genetica en teeltmaatregelen

Visie op pootgoedteelt

Onze visie op pootgoedproductie is dat we minder afhankelijk willen zijn van chemische gewasbescherming, terwijl we de opbrengst in kwaliteit en kwantiteit op peil houden. Dit doen we door geïntegreerde gewasbescherming (ICM) in te voeren. We hebben de grootste bedreigingen in kaart gebracht: virus, fusarium, rhizoctonia, ritnaalden en zilverschurft. Per onderwerp is er een werkgroep waar vanuit diverse disciplines theorie en praktijk samenkomen. 

Van gerichte naar geïntegreerde aanpak

Gewasbeschermingsmiddelen zijn een gerichte aanpak, terwijl ICM een geïntegreerde rasspecifieke aanpak van verschillende teeltmaatregelen is. Denk bijvoorbeeld aan het bouwplan en rotatie van gewassen. Alle teeltmaatregelen samen moeten ervoor zorgen dat de weerbaarheid van het pootgoed wordt vergroot.

Er zijn veel maatregelen en mogelijkheden binnen ICM, dus waar begin je en welke stappen zet je als teler? We helpen dat inzichtelijk te maken, zodat we de kennis op een meer toegespitste en afgepaste manier bij de teler kunnen brengen.

Meer datagedreven werken

Integrated Crop Management (ICM), ofwel geïntegreerde gewasbescherming, vraagt om het organiseren van kennis die we hebben over teeltmaatregelen. Door de toegenomen complexiteit van ICM-maatregelen moeten we datagedreven werken: we brengen complexe informatie naar de teler en de teler kan ook teeltgegevens met ons delen. Daarvoor kunnen we ondersteunende software inzetten, zoals een Decision Support System (DSS). Via een DSS-app worden telers hierbij tijdens de volledige teeltcyclus dagelijks ondersteund op rasniveau. Het doel? De opbrengst en kwaliteit duurzaam verbeteren. Door input van de telers wordt de basis met kennis steeds verder verrijkt en verbeterd, waardoor de adviezen in de DSS-app steeds beter worden. Een belangrijke mijlpaal is de livegang van de DSS-app speciaal voor kleinschalige boeren in Oost-Afrika met minder dan 1 hectare grond, in december 2024. En in mei 2025 is een DSS-app geïntroduceerd bij de grotere telers in Canada.

Het is onmogelijk om boeren in Oost-Afrika regelmatig persoonlijk te bezoeken en ter plekke te helpen. Dankzij deze app leren ze de basis en kunnen we ze in één keer bereiken en verder helpen.

Finland als producent basispootgoed

De basispootgoedvoorziening in Nederland staat onder druk, onder meer door ziekten, terwijl de omliggende landen hier afhankelijk van zijn. Ons basispootgoed (de hogere klassen) vormt het uitgangsmateriaal voor commercieel pootgoed. Dat is een risico. We breiden nu de productie van basispootgoed uit in Noord-Finland op een locatie die officieel vastgesteld is als ziektevrij (een dergelijke locatie heet een High Grade Region). Daar kunnen we de kwaliteit waarborgen en is de slagingskans groter. Dat vraagt wel om positionering van Finland als producent van hoogwaardig materiaal, waarvan de kwaliteit voldoet aan de gestelde eisen van onze afnemers. 

Minder transportbewegingen, minder CO2-uitstoot

Een van de manieren om de CO2-uitstoot terug te brengen is om de transportbewegingen te beperken. We willen met minder impact op het milieu de aardappelen op de juiste plek krijgen. Hiervoor hebben we een plan uitgewerkt wat onderdeel is van onze CSR-aanpak. 

Update verordening Plant Reproductive Material

De wetgeving rondom de verordening Plant Reproductive Material (PRM) wordt in Brussel verder geformuleerd en gedefinieerd. De verwachting is dat die wetgeving uiterlijk in 2026 klaar is. Dan heeft Nederland nog drie jaar de tijd om het te implementeren. PRM schrijft naar verwachting soepelere normen voor op Europees niveau dan de huidige kwaliteitsnormen in Nederland.. De vraag is hoe wij ons daarop inrichten: houden we vast aan ons eigen kwaliteitsniveau of gaan we mee met de lagere normen? 

Partner in Beeld - Bilal Basheer - CEO bij Frozena Foods in Egypte

Bilal Basheer - CEO bij Frozena Foods in Egypte

Wat doet Frozena Foods?

“Frozena Foods produceert bevroren aardappelproducten in allerlei soorten en maten. Met onze agrarische tak Tazweed for Agricultural Crops beschikken we over ruim 4.000 hectare landbouwgrond in Al-Farafra en Wadi Al-Natroun. Elk jaar produceren we 40.000 ton frites en 3.500 ton aardappelvlokken. Dat doen we zowel voor de lokale markt als voor export. We exporteren bijvoorbeeld naar het Midden-Oosten, Latijns-Amerika en Azië. Onze frites zijn te koop in dertig landen wereldwijd.”

Hoe ziet de aardappelteelt eruit in Egypte?

“Aardappelen worden vooral geteeld in de Nijldelta. Daarnaast worden ze ook geteeld in een aantal herwonnen woestijngebieden. In Egypte zijn delen van de woestijn weer geschikt gemaakt als landbouwgebieden. Zo probeert Egypte meer vruchtbaar land te creëren buiten de traditionele landbouwgebieden rondom de Nijl. We kennen twee teeltseizoenen:  Fritesaardappelen zijn een wintergewas en worden gepoot in het najaar en geoogst tussen januari en april. En het pootgoed is een zomergewas. Dat wordt aan het begin van het jaar de gepoot en in mei of juni geoogst.”

Welke HZPC-rassen telen jullie?

“We werken nu vier jaar met Asterix en twee jaar geleden zijn we begonnen met Quintera. En het afgelopen seizoen hebben we Cardyma en Innovator getest.”

In Egypte hebben we een heet en droog woestijnklimaat

Wat kenmerkt het klimaat in Egypte?

 “In Egypte hebben we een heet en droog woestijnklimaat. De winters zijn mild en in de zomer is het hier extreem warm en droog. We hebben nauwelijks regen en in de woestijngebieden regent het soms zelfs jarenlang niet. Aan zonneschijn hebben we geen gebrek. De zon schijnt hier het hele jaar door.”

Wat zijn de grootste uitdagingen?

“De beperkte beschikbaarheid van water is onze grootste uitdaging. Bovendien nemen de kosten voor irrigatie steeds meer toe. Ook in Egypte hebben we te maken met klimaatverandering. Het wordt steeds warmer en de droogteperiodes zijn langer en intenser. Daarnaast verslechtert de bodemkwaliteit. En de kosten voor bijvoorbeeld meststoffen, brandstof, elektriciteit en machines nemen flink toe.”

Hoe ga je om met de hele hete en droge periodes?

We proberen heel vroeg in het seizoen te poten, zodat je de extreme hitte zo veel mogelijk uit de weg gaat. En daarnaast werken we met irrigatieplanning: we bepalen wanneer en hoeveel water de gewassen nodig hebben. Dat doen we om zo efficiënt mogelijk met water om te gaan. Zodat de aardappelplanten precies genoeg water krijgen.”

Onze grootste uitdaging is de beperkte beschikbaarheid van water.”

Waarom is dat zo belangrijk?

“Waterschaarste is een toenemend probleem in Egypte. De vraag naar water wordt alleen maar groter omdat de Egyptische bevolking flink gegroeid is. Het water in de Nijl is een belangrijke bron, maar dat moeten we delen met andere landen waar water ook beperkt beschikbaar is, zoals in Soedan en Ethiopië.”

Zijn er regels voor watergebruik?

“De overheid heeft regels opgesteld om te voorkomen dat er te veel water wordt gebruikt. En dan met name in de herwonnen woestijngebieden. Daar is water nog schaarser en moeten we efficiënt omgaan met water.”

Hoe kom je toch aan voldoende water?

"In de vruchtbare Nijldelta kunnen we natuurlijk gebruikmaken van water uit de Nijl. In de herwonnen landbouwgebieden in de woestijn putten we water uit ondergrondse waterbronnen. We zetten center pivot-irrigatie in: dat is een systeem waarbij een lange buis met sproeiers in een cirkel draait rond een vast middelpunt. Zo kunnen we grote landbouwpercelen gericht en gecontroleerd besproeien. Daarnaast kijken we ook hoe we nog beter met water kunnen omgaan en de aardappelteelt duurzamer kunnen maken. Bijvoorbeeld door rassen te gebruiken die ook met minder water een goede opbrengst geven."